Bij de viering

Lezingen: Jesaja 35:1-10 en Marcus 7: 31-37

Hoor. Maar ik kan niet horen.

Mijn oren dicht gestopt.

Mijn adem opgekropt.

Mijn hart van leegte zwaar.

Ik ben nog niet geboren.

Ik ben niet ik. Niet waar. ( Liedboek: 323)

Deze tekst van Huub Oosterhuis verwoordt op een treffende wijze de situatie van een dove man uit het evangelie van Marcus. Waarschijnlijk sprak hij ook gebrekkig. In dit verhaal volgt een bijzonder genezingsritueel uitgevoerd door Jezus met de bekende uitspraak: “Effata, wat betekent: Ga open!”

Bijbelverhalen beperken een mens niet tot zijn of haar ziekte. Ze vertellen meer dan alleen over het individu dat ziek is en genezen wordt. Mensen staan in deze verhalen altijd in verbinding met hun medemens en de samenleving waar ze deel van uitmaken. In dit verhaal over de dove is er meer aan de hand dan alleen doofheid die met een gehoorapparaat te verhelpen is. Is er naar deze man wel echt geluisterd? Hoe luisteren wij naar de ander? Hoe luisteren wij naar de schepping die zucht? Niet gehoord worden is één van de verschrikkelijkste vormen van isolement. Effata – ga open! Openheid – dat is hier het grootste: een mens die open mag gaan, een samenleving die zich opent stelt voor wat echt belangrijk is, harten die open gaan voor Gods alomvattende liefde! Deze openheid vieren we op deze zondag in het delen van brood en wijn met elkaar.

Anette Sprotte