Dat zal een droom zijn… !

Goed wakker liep ik met mijn muziekboeken naar de schuur, pakte mijn fiets, deed de muziek in mijn fietstas en ging op weg naar het Brandpunt. Langs het frisse Schothorsterbos, over het grote grasveld, langs de blauwe kubus. Over het Masker fietste ik, genoot van alle watervogels in de grote vijver. Mijn hart sloeg sneller dan normaal want we zouden voor het eerst weer allemaal gewoon naar de kerk gaan! En dat was al heel lang geleden, veel mensen waren al bijna vergeten dat je mekaar op zondag kon ontmoeten in het Brandpunt, dat je er koffie kon drinken, samen met andere kerkgangers. Dat je gewoon met elkaar kon praten, mekaar een hand geven of een knuffel. Deden we dat vroeger?

Opgewonden kwam ik bij het Brandpunt aan en zette mijn fiets achter de kerk op slot. Snel liep ik over het pad naar de voorkant van het Brandpunt en daar aangekomen zag ik allemaal mensen die samendromden richting de ingang. Binnen was het heel druk en vol, bij de kapstokken kon je bijna je jas niet kwijt, aan de bar was het dringen geblazen en de hal was vol mensen die mekaar na lange tijd weer zagen. En iedereen praatte met iedereen. Het Brandpunt was één grote ontmoetingskerk en de mensen hadden bijna geen tijd om plaats te nemen in de kerkzaal. Het was al bijna kwart voor elf en er klonk al enige tijd mooie pianomuziek. Langzaam vond iedereen een plaats en veel mensen knikten mekaar vriendelijk toe. Wat een feestelijke zondag was het! De pastores waren er alle drie. Anna en Josephine en Geurt. Toen Ytzen Tamminga de mensen tot rust gemaand had kwamen de pastores de kerkzaal binnen. Na een uitgebreid welkom mochten we allemaal samen het intochtslied zingen, samen met de cantorij onder leiding van Esther. En zo vierden we uitbundig en blij dat we weer samen kerk mochten zijn, geloofsgemeenschap van de Heer.
Dick van der Niet